In gesprek met Erik de Groot, senior stafadviseur team Ontwikkeling & Innovatie Dimence Groep, en Noortje Rijken, associate lector Datagedreven gezondheidsbevordering bij het lectoraat Smart Health van Saxion. Beiden maken deel uit van het kernteam van Datawerkplaats Salland.
Datawerkplaats Salland is nog jong, maar de ambitie is groot. In een tijd waarin de druk op de zorg toeneemt, zoeken organisaties naar manieren om slimmer samen te werken: niet door méér te doen, maar door beter te begrijpen wat er al gebeurt, en die inzichten te gebruiken om zorg en welzijn in de regio beter te organiseren.
Vanuit het regioplan en de wens om zorg anders te organiseren, is Datawerkplaats Salland opgezet voor onderbouwing, monitoring en evaluatie van dat regioplan. De Datawerkplaats is onderdeel van Salland United, binnen de coalitie Digitale Zorgsamenwerking. Binnen de Datawerkplaats kijken organisaties samen, over domeinen heen, naar data. Niet groots en meeslepend, maar pragmatisch en lerend.
“De potentie van secundaire data-analyse voor kennisontwikkeling is groot. En dat komt ten goede van alle betrokkenen. Het is een win-winsituatie.”
Noortje Rijken
Associate lector Datagedreven gezondheidsbevordering bij het lectoraat Smart Health van Saxion
Leren door te doen
De eerste analyse van Datawerkplaats Salland richt zich op het ‘stapelen van zorg’; de vijf betrokken organisaties leggen domeinoverstijgend zorgdata naast elkaar, om zichtbaar te maken welke groepen mensen bij meerdere organisaties in beeld zijn en waar zorg zich opstapelt. De analyse startte niet met een strak afgebakende vraag, maar met een regionaal actueel en relevant thema dat helpt om richting te geven aan de transformatieopgave.
Volgens Rijken wordt, zodra je data van verschillende organisaties samenbrengt, direct zichtbaar hoe zorg zich opstapelt over meerdere aanbieders heen: “Dat kun je niet alleen. Inwoners die op meerdere plekken in beeld zijn worden mogelijk niet effectief geholpen. Hoe groot is deze groep? Wat zijn de karakteristieken van deze groep? Welke combinaties van zorgconsumptie komen veel voor? En zijn er bijvoorbeeld verbanden te leggen met omgevingsfactoren? Deze informatie is essentieel om te bepalen op welke manier we zorg en ondersteuning voor deze groep kunnen verbeteren, en zo uiteindelijk ook de druk op de zorg kunnen verlichten.”
Dit eerste vraagstuk van de Datawerkplaats is onlangs van start gegaan. De eerste inzichten zijn volgens Rijken dan ook nog niet spectaculair, maar ze bieden wel een duidelijk vertrekpunt voor verdere verdieping: “De volgende stap is om te bepalen welke specifieke groepen interessant zijn om verder te onderzoeken. Hier worden relevante stakeholders bij betrokken, zoals gemeente Deventer en Zorgverzekeraar Salland.”

Afbeelding 1: Bijeenkomst met 10 organisaties over de inzet van Datawerkplaats Salland voor het domeinoverstijgend stapelen van zorg.
Actieve regie
De opstart liet ook zien hoe belangrijk actieve regie is. “Als projectleider moet je er niet vanuit gaan dat als iemand zegt ‘dat komt wel goed’, het dan ook goed komt,” zegt de Groot. “In de praktijk betekent dit dat je belangrijke betrokkenen, zoals inkopers en IT-afdelingen vroegtijdig en proactief moet betrekken. Ook zij moeten zich betrokken voelen bij een domeinoverstijgend initiatief.”
Daarnaast was het project ook een leerproces voor het kernteam en de data-analisten. De Groot noemt de eerste analyse “een vingeroefening”. In de praktijk kwamen ook technische hobbels naar voren. “Als in de software één van de dataverbindingen niet werkt, dan kan geen van de organisaties analyseren,” zegt hij. “En zo zijn er een aantal hobbels. Die moet je een keer tegenkomen en nemen.”
Rijken noemt het project “ook een uithangbord”. Doordat ze met dit project bezig zijn, hebben ze een vraagarticulatie met tien organisaties kunnen organiseren: “Daardoor konden we uitleggen hoe zo’n Datawerkplaats werkt, organisaties met elkaar in gesprek brengen over de vraagstukken die spelen en hebben we heel veel mensen aangezet en enthousiast gemaakt.” Volgens Rijken is daarmee een balletje gaan rollen en zijn er, naast het eigen leerproces, ook stappen gezet om de regio mee te nemen in de Datawerkplaats.
Een andere manier van denken
Volgens Rijken zijn mensen soms wat terughoudend om mee te werken in de Datawerkplaats: “Je hebt niet zomaar iedereen mee. Voor veel mensen is secundaire data-analyse nog niet zo’n bekend fenomeen.” De Groot geeft aan dat het om een nieuwe manier van denken vraagt: “Ik denk dat het ook bijna om een nieuwe taal vraagt.” Hij benadrukt dat het niet gaat om data delen: “Je hoeft niet je eigen data te uploaden, maar je zet het klaar in je eigen omgeving en de software raadpleegt dan die dataset.” En, zegt hij: “Het is nieuw, het is anders en daar heb je een goed verhaal bij nodig.”
Op de vraag wat andere regio’s hiervan kunnen leren, wijst Rijken op het belang van concrete voorbeelden. Volgens haar helpt het om zichtbaar te maken wat andere Datawerkplaatsen al hebben gedaan en wat dat heeft opgeleverd. Daarbij is het belangrijk om organisaties stap voor stap mee te nemen: wat houdt secundair datagebruik precies in, hoe werkt het in de praktijk en wat kun je ermee? Ook vraagt het aandacht om privacy- en securityvraagstukken goed uit te leggen. Daar wordt vaak weerstand gevoeld, terwijl volgens Rijken helderheid daarover kan laten zien dat dit zorgvuldig geborgd is.

Afbeelding 2: Visualisatie van een regionale datawerkplaats waarin organisaties veilig en privacyvriendelijk samenwerken aan gedeelde inzichten.
Regionale samenwerking
Een Datawerkplaats vraagt prioriteit en betrokkenheid van partners. De Groot merkt op: “Regionale samenwerking staat meestal niet op één. De interne processen staan op één en dat is logisch. Maar uiteindelijk moeten we ook die regio belangrijk gaan vinden.” Dat betekent volgens hem dat organisaties bereid moeten zijn om verder te kijken dan hun eigen interne opgaven. “Je hebt voortrekkers nodig,” zegt hij, en daarnaast bestuurlijk draagvlak: “Zorg dat je echt de beslissers te spreken krijgt.” Rijken vult aan dat het er uiteindelijk om gaat maatschappelijke vraagstukken in de regio echt belangrijk te maken. De betrokkenheid van een kennisinstelling helpt daarbij: “Je zit daar ten opzichte van andere partners met een ander belang in. De potentie van secundaire data-analyse voor kennisontwikkeling is groot. En dat komt ten goede van alle betrokkenen. Het is een win-winsituatie,” zegt Rijken.
“Waar sommige initiatieven groots starten, kiezen wij ervoor om klein te beginnen, pragmatisch te werken en dan rustig op te schalen.”
Erik de Groot
Senior stafadviseur team Ontwikkeling & Innovatie Dimence Groep
Kennis delen over de regiogrenzen heen
Salland leert actief van andere Datawerkplaatsen in het land. Volgens Rijken is de bereidheid om kennis en ervaringen te delen tussen Datawerkplaatsen groot. “Er is geen strijd of competitie. Mensen zijn heel bereid om mee te denken of dingen te delen.”
Van veelbelovend naar bewezen effectief
De ambitie is om het netwerk uit te breiden, maar stap voor stap. “Het idee is om langzaam te groeien,” aldus de Groot. Waar sommige initiatieven groots starten, kiest Salland voor een andere aanpak: “Klein beginnen, pragmatisch en dan rustig opschalen.” Volgens hem werkt een goed uithangbord met concrete resultaten het beste. Rijken vult aan dat het belangrijk is om mooie voorbeelden en verrassende resultaten te laten zien om partners actief betrokken te houden: “Blijven contact houden met partners die interessant zijn, zoals gemeenten, zorgverzekeraars en huisartsen.”
Wanneer is het geslaagd? De Groot geeft aan: “Als we tenminste een paar mooie analyses hebben. Uiteindelijk wil je van de status veelbelovend naar bewezen effectief.” Hij kijkt uit naar verdere opschaling: “Ik verwacht dat we over vijf jaar ongeveer twintig deelnemende organisaties zullen hebben. We zullen dan een aantal dashboards met actuele en relevante indicatoren over de samenwerking in de regio opgezet hebben en onderhouden. Daarnaast zullen er jaarlijks vele analyses zijn, die soepel zullen lopen omdat we dan bedreven zijn in het domeinoverstijgend analyseren.”