In gesprek met Els Roorda, manager Datagedreven werken bij RIGA

Niet een gebrek aan data is het probleem, maar de vraag hoe je die data zo gebruikt dat ze echt helpen bij regionale keuzes. Met het door Linksight ondersteunde Gezamenlijk Regionaal Informatieplatform (GRIP) bouwt RIGA in de regio Westland, Schieland en Delfland aan een infrastructuur die het mogelijk moet maken om gerichter te kijken naar gezondheid, zorgvraag en de effecten van interventies.

Wij creëren een standaard infrastructuur waarmee alle vragen rondom de toegankelijkheid van zorg en de verschuiving van zorg beantwoord kunnen worden. Privacy by design is daarbij het uitgangspunt in de hele opzet..

Els Roorda
Manager Datagedreven werken bij RIGA 


De juiste interventie voor de juiste groep

Volgens Roorda schieten openbare data vaak tekort als je echt gerichter wilt werken. Je ziet bijvoorbeeld wel dat in een wijk met meer armoede ook meer diabetes voorkomt, maar daarmee weet je nog niet genoeg. De belangrijke vraag is juist welke subgroepen daar vooral mee te maken hebben. Gaat het bijvoorbeeld om alleenwonende mannen, of om heel andere huishoudens en leefpatronen? Precies dat verschil doet ertoe, benadrukt Roorda. “Die groepen hebben een andere interventie nodig.” En dus kom je met algemene cijfers niet ver genoeg. “Die openbare data is eigenlijk nooit populatiegericht. En daardoor kun je niet gericht inzetten op bepaalde doelgroepen.” 

Datawerkplaats GRIP moet dat veranderen. Niet door meer data op één hoop te gooien, maar door gegevens zo te gebruiken dat duidelijker wordt welke groepen waar tegenaan lopen, welke factoren daarin een rol spelen en wat er dan nodig is.

Een andere manier van bouwen

Volgens Roorda onderscheidt GRIP zich van veel andere datawerkplaatsen door de manier waarop het vanaf het begin is ingericht. Er is bewust gekozen voor een stevige basis van capaciteit, middelen en infrastructuur, zodat van daaruit verschillende regionale vraagstukken kunnen worden toegevoegd en ondersteund. “Wij creëren een standaard infrastructuur waarmee alle vragen rondom de toegankelijkheid van zorg en de verschuiving van zorg beantwoord kunnen worden. Privacy by design is daarbij het uitgangspunt in de hele opzet.” 

Door eerst samen met partijen uit zorg, welzijn en gemeenten een brede basis neer te zetten, ontstaat een infrastructuur die niet voor één analyse of één project werkt, maar voor een veel breder palet aan regionale vragen. Dat vraagt aan de voorkant wel veel. “Je hebt in één keer best veel te organiseren om het voor elkaar te krijgen,” zegt Roorda. “Je hebt natuurlijk veel breder draagvlak nodig voordat je kunt starten.” Tegelijk verwacht ze dat die investering zich later terugbetaalt. “Als het eenmaal staat, dan is mijn verwachting dat je relatief soepel door het vervolgproces gaat.”

Inhoud en data dicht bij elkaar

Binnen RIGA zijn data en inhoudelijke transities dicht op elkaar georganiseerd. “Wij hebben eigenlijk de luxe dat we een team centraal hebben zitten dat geen enkel ander doel heeft dan het ondersteunen van de regioplannen met data.” Data-analisten zitten daardoor dagelijks met projectleiders, waardoor vragen uit de praktijk snel in een analyse kunnen worden opgepakt en uitkomsten direct weer besproken kunnen worden. “Zouden we daar en daar niet wat mee moeten? We lopen even een kamertje verder en dan kunnen we dat bespreken,” vertelt Roorda.

De eerste analyses komen dichterbij

GRIP staat nu op het punt om van ontwerp naar uitvoering te gaan. “We hebben nu zo’n vier-, vijfhonderd vragen liggen vanuit alle projecten,” vertelt Roorda. Welke daarvan als eerste worden opgepakt, wordt bepaald op basis van het beschikbaar komen van data.

Op dit moment lijken volgens Roorda een gemeente, een GGZ-organisatie en de jeugdgezondheidszorg voorop te lopen. Maar aansluiten is niet alleen technisch, legt Roorda uit. “We hebben drie vormen van aansluiting die samen moeten komen. Juridische aansluiting, technische aansluiting en de daadwerkelijke data-ontsluiting.”

Gemeentelijke data vragen om een andere route

Een van de vraagstukken die in het juridische traject naar voren kwam, had te maken met de Wet basisregistratie personen. “Die wet biedt eigenlijk geen ruimte voor populatieonderzoek,” legt Roorda uit. “Het is een nee-tenzij-wet.” Daarmee wordt bedoeld dat in de wet precies staat voor welke doelen gegevens mogen worden verstrekt. “Maar toen die wet werd gemaakt bestond er niet zoiets als populatieonderzoek, dus dat staat niet in dat rijtje.” 

Hiervoor worden meerdere oplossingsroutes verkend. Een van die routes is om de volgorde van rekenen zo in te richten dat gemeenten pas de laatste stap van de berekening uitvoeren. Andere organisaties voeren dan eerst versleutelde berekeningen uit, waarna de gemeente alleen nog de uitkomst aanvult met eigen gegevens en die als statistiek kan verstrekken. “Op deze manier voldoe je aan de wet,” zegt Roorda.

Wat inwoners ervan gaan merken

Op de vraag wat volgens Roorda de inwoners uiteindelijk gaan merken van GRIP is het antwoord niet gelijk wat je zou verwachten: “Je hoopt eigenlijk dat inwoners er niks van merken.” In een tijd waar de druk op zorg en welzijn al hoog is en het arbeidstekort verder oploopt, is het volgens Roorda al winst als de zorg toegankelijk blijft: “Als je kijkt naar de statistieken, dan hebben we volgens mij nu een arbeidstekort van 1200 FTE in onze regio, en dat neemt in een paar jaar toe naar 2800 FTE. Dus dat is meer dan een verdubbeling. Ik denk niet dat het haalbaar is om het te verkleinen. Maar dat we vooral moeten zorgen dat het niet groter wordt.”

Waar GRIP over een paar jaar moet staan

Als het aan Roorda ligt, is GRIP over een paar jaar stevig verankerd in de regio. “Wat ik in ieder geval hoop is dat we partijen uit alle betrokken sectoren hebben aangesloten,” zegt ze. Daarnaast hoopt Roorda dat binnen de projecten onder RIGA met behulp van data betere keuzes kunnen worden gemaakt: bijvoorbeeld over waar een project het beste kan starten of voor welke doelgroep een aanpak wel of juist minder goed werkt. “Ik hoop ook dat we de effectiviteit van projecten kunnen verhogen met data,” zegt Roorda. “Uiteindelijk moet dat leiden tot passende zorg en tot het verkleinen van gezondheidsverschillen.”

Leren van en met andere regio’s

Volgens Roorda is kennisdeling tussen regio’s belangrijk, juist omdat regionaal werken met data nog volop in ontwikkeling is. “Regionaal werken met data is een nieuw vakgebied waar nog veel te leren valt. Kennisdeling tussen regio’s is daardoor van groot belang. Zo ontwikkelen we samen een manier van werken om de maatschappelijke opgaven waar de zorg voor staat zo goed mogelijk te ondersteunen.”